In gesprek met Karmit Fadael en Calliope Tsoupaki

Calliope Tsoupaki (1963) en Karmit Fadael (1996) leerden elkaar kennen op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. De componisten hebben een sterke band met het Residentie Orkest en staan ook in seizoen 2026/2027 weer op het programma. Ze vertellen over componeren anno 2026 en hun diepgewortelde geloof in muziek als uiting van menselijkheid.

Twee routes naar Den Haag

Calliope Tsoupaki werd geboren in Piraeus, Griekenland. Al jong zong ze mee met de klassieke muziek die thuis op stond: ‘Ik kende alle melodieën uit mijn hoofd, en het was al vroeg duidelijk dat ik daar iets mee ging doen. Het is een deel van wie ik ben.’ Ze studeerde piano en muziektheorie aan het Ellinikon Conservatorium in Athene en compositie bij Yannis Ioannidis. Daarna vervolgde ze haar studie in Nederland bij componist Louis Andriessen en sinds 2007 doceert ze zelf aan het Koninklijk Conservatorium. Calliope schreef ruim honderdvijftig werken, van orkestmuziek tot opera, en was Componist der Nederlanden van 2018 tot 2021 (toen nog Componist des Vaderlands).

Karmit Fadael groeide op in het noorden van Nederland, maar werd geboren in het Zuid-Duitse dorpje Treuchtlingen. Op de middelbare school deed ze mee aan een compositiewedstrijd van het Nederlands Blazers Ensemble. Zo ontdekte ze haar talent voor componeren en besloot het te gaan studeren aan het Koninklijk Conservatorium, waar Calliope een van haar docenten was. ‘Ik wist heel lang niet wat ik met de studie wilde. Pas toen ik mijn draai in het vak vond, realiseerde ik me dat ik ook echt componist wilde worden.’ Inmiddels schrijft ze voor uiteenlopende ensembles en orkesten. In 2027 gaat haar nieuwe werk voor het Residentie Orkest in première.

Componist of klankkunstenaar?

Vroeger was componist een vastomlijnd beroep: er was één stroming en iedereen paste daar in. Tegenwoordig is het vak minder scherp afgebakend. Wat betekent componist zijn in 2026? ‘Ik vind het een lastig woord’, geeft Karmit toe. ‘Ik schrijf muziek, maar het is geen beschermde titel, iedereen kan zichzelf componist noemen.’ Ze bedenkt hardop dat ‘klankkunstenaar’ of ‘toonkunstenaar’ misschien beter weergeeft wat de kunst van het componeren inhoudt. Want zoals Calliope zegt: ‘Een beetje hardlopen kunnen we allemaal, maar dat betekent nog niet dat je een marathon kunt rennen.’

Aan het woord ‘componist’ kleven connotaties. ‘Zo denkt men dat we allemaal dood zijn’, lacht Calliope. Ze doelt op de sterke associatie met bekende componisten als Mozart, Grieg en Beethoven. Alsof componeren alleen in een ver verleden plaatsvond en daar is gebleven. Beiden vinden het belangrijk dat jonge mensen die het beroep overwegen ‘zien dat een componist geen dode man is’. Man, want het rijtje van bekende componisten bevat weinig tot geen vrouwen. Ze waren er wel, ‘maar stonden in de tijd van Beethoven natuurlijk 10-0 achter’, zegt Karmit.

Twee werken van Calliope Tsoupaki klinken vrijdag 16 oktober in Amare door het Residentie Orkest.

Keihard werken

Karmit en Calliope zien het kunstenaarschap niet als iets romantisch, zoals vroeger gebruikelijk was. ‘Je zit niet te wachten tot de inspiratie toeslaat. Componeren is gewoon keihard werken’, vertelt Karmit. Dat betekent veel studeren, onderzoeken en analyseren. Bijvoorbeeld als het gaat om techniek: ‘Je moet weten wat je technisch doet, zodat je daarop terug kunt vallen als iets niet werkt of anders moet. Net zoals je alleen kunt schrijven als je je bewust bent van grammatica.’

Calliope benadrukt ook het belang van historisch besef, wat zij ziet als ‘een dialoog met wat geweest is’. Componeren staat niet los van de geschiedenis, maar verhoudt zich tot bestaande vormen, technieken en ideeën waar de componist op reageert. ‘Ik probeer te begrijpen welke archetypes in oude vormen besloten liggen, ik begin niet blanco. Wat ís een sonate bijvoorbeeld? En wat doe ik daar dan mee?’

Geloof in menselijkheid

Om je te kunnen ontwikkelen als componist heb je tijd, ruimte en vrijheid nodig. Die zijn schaars in wat Calliope onze neoliberale context noemt. ‘Daarin word je vooral gezien als producent van een eindproduct, wat niet inspirerend is voor het kunstenaarschap.’ En omdat kunstenaars vaak deels afhankelijk zijn van overheidssubsidies, zijn ze kwetsbaarder voor de grillen van de politiek. ‘De Amerikaanse componist Melissa Dunphy zei ooit dat componeren elementen van een politieke missie in zich heeft, en daar ben ik het mee eens’, zegt Calliope. ‘Componist worden in 2026 is een missie die menselijkheid centraal stelt.’  

Dat betekent trouwens niet dat elk stuk politiek geëngageerd moet zijn. Karmit wil verbinding maken met haar publiek en de orkestleden, maar het is aan de luisteraar om haar muziek te duiden. ‘Soms stip ik actuele thema’s aan. Je krijgt een podium en een publiek, wat vind jij dat mensen dan moeten horen? Maar ik vertel geen chronologisch verhaal.’ Calliope vertelt ook veel, ‘meer dan woorden zouden kunnen’, maar geen narratief. ‘Ik reageer op de wereld om me heen. Ik probeer de essentie te begrijpen en zo duidelijk mogelijk uit te leggen.’ Daarbij staat haar liefde voor melodie altijd centraal.

Tekst gaat verder onder de foto.

Calliope Tsoupaki (foto Koos Breukel)

‘Muziek is geschiedschrijving’

Karmit en Calliope roemen het ‘prachtige milieu’ van het Residentie Orkest, waarin jonge componisten een podium krijgen, nieuwe werken serieus genomen worden en er aandacht is voor educatie. ‘Een orkest is alleen relevant als er ook nieuwe muziek blijft ontstaan’, zegt Calliope. Dat is belangrijk, gaat Karmit verder, omdat kunst een reflectie op de tijdsgeest is. ‘Muziek is geschiedschrijving. Net zoals Mozarts werk zijn tijd weerspiegelde, doet onze muziek dat ook. Kunst is nodig om te reflecteren op wat geweest is en dat door te geven aan nieuwe generaties.’

Calliope begon haar samenwerking met het orkest in coronatijd. In 2021 schreef ze Thin Air, een stuk over compassie en solidariteit dat op allerlei verschillende instrumenten gespeeld kan worden. Ze instrumenteerde het stuk voor het Residentie Orkest, dat met de orkestversie een wereldpremière beleefde. Perasma (2022) schreef ze zelfs speciaal voor het orkest.

Karmit behoort tot de eerste lichting van de One Minute Symphony, een samenwerking met het Koninklijk Conservatorium waarbij elk seizoen zo’n acht compositiestudenten de kans krijgen om zich met een kort symfonisch werk te profileren. Ananim (2018) was haar primeur en opende de deuren naar de orkestwereld, een ‘ervaring die ik nooit meer vergeet’. In opdracht van het orkest volgden in 2020 het strijkkwintet Yachal en in 2021 orkestwerk Mei Inoar en Reach Tova, een koperkwintet voor Prinsjesdag.

Gloednieuw werk in première

Beide componisten staan ook in seizoen 2026/2027 weer op het programma. Karmit schrijft een nieuw werk dat op 29 januari 2027 in wereldpremière gaat, voorafgaand aan Mozarts Requiem. De inhoud houdt ze nog even geheim, al verwacht ze dat ze ook in dit stuk ‘zware thema’s’ niet zal schuwen. Ze kijkt uit naar de eerste keer dat ze haar muziek hoort: ‘Een partituur, dat zijn noten. Je hebt menselijkheid nodig om ze tot leven te brengen. Tijdens een première hoor je pas echt wat je hebt opgeschreven.’

Calliopes composities Falling (2024) en Thin Air staan dit najaar op de agenda. Ze vindt het belangrijk dat deze bestaande stukken blijven evolueren in nieuwe interpretaties. ‘Een partituur is geen eindproduct. Wat je schrijft, is niet wat er gebeurt. Dat verschilt per orkest en ontwikkelt zich met de tijd.’ Ze kijkt daarom enorm uit naar de uitvoering van het Residentie Orkest. ‘Ik heb Falling nog maar één keer live gehoord, dus ik kan niet wachten tot oktober!’

Lacrimae, het nieuwste werk van Karmit Fadael, gaat in première op vrijdag 29 januari 2027.