Cato Went speelt laatste concert met Residentie Orkest 


“Het orkest is een hechte en warme gemeenschap”

Op 20 december speelt violiste Cato Went haar laatste concert met het Residentie Orkest. Na decennia waarin zij het orkest zag veranderen, kijkt ze terug op een muzikaal leven dat minder vanzelfsprekend begon dan je misschien zou denken. Over twijfels, Brahms, Svetlanov en de warmte van het orkest.

 

Na het Amen uit Handels Messiah onder leiding van dirigente Chloe Rooke gaat de vioolkist dicht. Maar muziek verdwijnt niet uit haar leven. “Ik blijf uiteraard spelen, zoals kamermuziek met vrienden. En natuurlijk blijf ik het Residentie Orkest volgen, het is tenslotte een belangrijk deel van mijn leven geweest.”

"Ik dacht er eigenlijk niet over na wat ik wilde worden. Pas in de laatste jaren van de middelbare school begon het idee te groeien, en zelfs dat ging met de nodige omwegen"

- Cato Went

Twijfel

Muziek was thuis altijd aanwezig. Haar vader had in zijn jeugd viool en cello gespeeld, haar zus werd celliste. Toch was een muzikale carrière geen uitgestippeld pad. “Ik dacht er eigenlijk niet over na wat ik wilde worden. Pas in de laatste jaren van de middelbare school begon het idee te groeien, en zelfs dat ging met de nodige omwegen.” Een jeugdorkest, min of meer verplicht bezocht, werd een kantelpunt. “Ik wilde er eigenlijk niet naartoe, maar het was leuker dan ik dacht. Langzaam begon het idee te groeien: misschien wil ik dit toch.” Zó voorzichtig zelfs, dat ze het niet durfde uit te spreken tegenover haar viooldocente. Eerst studeerde ze een jaar musicologie. “Ik durfde haar gewoon niet te vragen of ik toelating kon doen voor het conservatorium.” Het moment kwam pas maanden later, bijna toevallig. “Ik was mijn handschoenen vergeten na les en moest terug. Toen heb ik het eindelijk gevraagd.” Een klein moment, met grote gevolgen.

Prinsjesdag 2025

Bij Brahms op schoot

Hoewel de viool haar instrument werd, ligt haar hart ook ergens anders. “Als ik echt had mogen kiezen, was het cello geweest. Dat blijft voor mij het mooiste instrument: die warme klank.” Hoogte trekt haar minder, warmte des te meer. Misschien verklaart dat ook haar liefde voor Brahms. Een bijzonder familieverhaal speelt daarbij mee. Haar grootvader zou als kind op schoot hebben gezeten bij Johannes Brahms in Utrecht. Zeker weten doet ze het niet – de generaties in haar familie liggen ver uit elkaar – maar het verhaal is blijven hangen. “Je kunt er van maken wat je wilt, maar het voelt wel als een mooie cirkel.” Brahms is een van haar favoriete componisten: “Prachtige muziek, en ook fijn om te spelen. Maar vlak ook zeker Bach niet uit! Ik keek elk jaar weer uit naar de Matthäus Passion. Het spelen daarvan zal ik enorm missen. Na de laatste uitvoeringen in april dit jaar was ik echt emotioneel. Je beseft opeens dat die tijd niet meer terugkomt.”

Deel van de tweede vioolgroep met tweede van rechts Cato Went (2003)

Svetlanov

Na haar studie aan het Conservatorium van Amsterdam deed Cato auditie bij het Residentie Orkest. “Tot mijn verbazing werd ik aangenomen. Mijn ouders waren dolenthousiast maar ik moest echt wennen aan het idee. Maar het is allemaal goed gekomen”, lacht ze. “Het orkest is een hechte en warme gemeenschap. Je maakt alles samen mee: hoogtepunten, moeilijke fases, veranderingen. Maar we hadden en hebben altijd heel veel plezier met elkaar.” Ze zag dirigenten komen en gaan, programmeerstijlen verschuiven, generaties musici instromen. Het orkest veranderde, maar de kern bleef. “Die gezamenlijke ademhaling, dat luisteren naar elkaar – dat is er altijd geweest.” Op de vraag welke dirigent haar het meest is bijgebleven, hoeft ze niet lang na te denken. “Svetlanov, chef-dirigent tussen 1992-2000, was voor mij echt een hoogtepunt. Ik weet dat meer collega’s dat vinden maar hij was ook voor mij een hele bijzondere dirigent, echt een meester in zijn vak. Hij sprak heel weinig, alleen het hoognodige, maar met een enkel armgebaar wist hij het maximale uit het hele orkest te halen. Hij dacht helemaal vanuit de muziek. Uiteraard had hij zijn eigen opvatting, maar hij zette nooit zichzelf op de voorgrond.”

Jevgeni Svetlanov voor het Residentie Orkest

Dankbaarheid

Het laatste concert voelt niet als een dramatisch einde, eerder als een natuurlijk moment. “Ik heb hier zo lang gespeeld, dan is het ook goed.” Natuurlijk is er emotie, maar zonder pathetiek. “Ik kijk vooral met dankbaarheid terug. En ik heb straks tijd voor allerlei andere dingen zoals een collegereeks aan de Universiteit van Amsterdam over de laat veertiende-eeuwse gebroeders Van Limburg en hun getijdenboeken. Daar kijk ik echt naar uit, geen verplichtingen, geen tentamen, alleen luisteren. En ik heb nu eindelijk meer tijd om naar concerten en operavoorstellingen te gaan. Mijn neef en zwager spelen in het Concertgebouworkest dus ik zal vaker in Amsterdam zijn. En ik kan mijn nichtje, blokfluitiste Lucie Horsch, ook vaker horen spelen. Ik ben heel trots op haar zoals zij zich ontwikkelt, dat inspireert mij ook. Haar spel komt zo binnen dat ik vaak tot tranen toe geroerd ben. Wat muziek allemaal niet kan doen.”

Jan Jaap Zwitser